Alle SHL-tests die in onze selectieprocedures worden ingezet zijn adaptief. Dat betekent dat de moeilijkheidsgraad van de vragen die je krijgt afhankelijk is van de prestatie die je laat zien op de reeds gestelde vragen. 

Laten we even kijken naar hoe de groene kandidaat in de grafiek presteert. Telkens als hij goed antwoordt, krijgt hij vervolgens een vraag die een stap moeilijker is. Die lijn blijft net zo lang omhoog gaan tot hij een vraag fout heeft, waarna de volgende vraag een niveau lager is qua moeilijkheid. Zo zoekt het systeem naar het cognitieve niveau van de kandidaat. 

De blauwe lijn geeft een kandidaat weer die op een lager niveau zit. Hij beantwoordt de eerste vier vragen fout, waardoor hij telkens vragen op een lager niveau krijgt. Daarna wisselt het zich af tussen goed en fout en dat is dan wat uiteindelijk zijn redeneerniveau bepaalt. 

We kunnen dus concluderen dat een adaptieve test de moeilijkheidsgraad van de vragen aanpast aan hoe de kandidaat presteert tijdens de test.